De tweede fase van de Franse revolutie

De tweede fase van de franse revolutie ontstond in Parijs door toedoen van deze dreiging. De jacobijnen gaven het bestaande landsbestuur de schuld van de rampspoed; zij onthoofdden de koning en riepen de republiek uit. Zij waren niet onder de indruk van de verklaring van veldmaarschalk de hertog van Brunswick, die met strenge represailles had gedreigd als de Parijzenaars zich aan de koning en koningin zouden vergrijpen.

Lafayette probeerde de koning te redden, maar de meesten van zijn soldaten weigerden hem te volgen. Met enkele aanhangers redde hij zijn leven door over te lopen naar de geallieerden. Deze daad verbrak voor Robespierre de laatste belemmeringen voor de vestiging van zijn Terreur. De militaire kant van de tweede fase gaf echter een ander beeld te zien; de Fransen bleken nog altijd in staat vijanden van hun grondgebied te verdrijven. Nu kwamen vrijwilligers naar voren en rond eind september was het leger aangegroeid tot 60 000 man, onder wie vele ervaren oudgedienden. In september 1792 drongen ca. 35 000 man Pruisische troepen door tot de achterhoede van de Fransen, die een goed versterkte positie bezetten tussen de rivier de Aisne en de moeraslanden ten zuidwesten van St.-Ménéhould, met hun front naar het westen.

Op de ochtend van de zesde had de Pruisische voorhoede onder zware regenval de voet van de heuvelrug bij Valmy bereikt, en daar liet de hertog van Brunswick hen halt houden. Hij wilde geen risico’s nemen voordat zijn hoofdmacht ter plaatse was. De Franse generaal Kellerman buitte dit uitstel volledig uit. Zijn bataljons, die de linkervleugel vormden van het Franse front, bezetten de heuvelrug bij het dorp Valmy en daar stelde Kellerman ook zijn artillerie op. Maar hoewel zowel de Fransen als de Pruisen hun stellingen rond 1 uur ’s middags hadden ingenomen volgde er geen echte veldslag. Er werd slechts artillerievuur uitgewisseld. Vanwege de drassige grond had de beschieting van Valmy weinig effect. De Fransen wachtten op de Pruisische aanval en generaal Kellerman reed op en neer langs zijn troepen, en moedigde ze aan met de kreet ‘Vive la nation’ De soldaten antwoordden met het aanheffen van de Marseillaise. De hertog begreep echter dat elke aanval grote kans liep te mislukken vanwege de moerassige grond en besloot niets te ondernemen.

Van beide kanten werden ongeveer 20 000 salvo’s gelost. De Pruisen verloren 173 man, de Fransen 300. Toen de avond was gevallen kon Kellerman zich ongehinderd van de heuvels terugtrekken. De affaire werkte zeer deprimerend op de Pruisische gelederen – het leger van Rossbach was teruggeschrokken voor een aanval op de Franse revolutionairen! De Fransen beschouwden Valmy als een overwinning en verkeerden in een jubelstemming.

In de lente van 1793 werd de oorlog van Pruisen en Oostenrijk officieel uitgeroepen tot een oorlog van het keizerrijk tegen Frankrijk De hertog van Brunswick, die zich na Valmy had teruggetrokken, ging weer in de aanval en heroverde delen van de linker Rijnoever, maar elke coördinatie bij de opzet van de operaties ontbrak; de geallieerde legers handelden naar eigen goeddunken zonder met elkaar te overleggen. Tegen het eind van het jaar waren de Fransen op hun beurt in het offensief.

In 1794 werd de hertog van Brunswick vervangen door veldmaarschalk von Möllendorf, een veteraan van het leger van Frederikde Grote. Echter, na de Tweede Poolse Deling en een opstand in 1794 in de Pruisisch-Poolse provincies golden voor Pruisen andere prioriteiten en bij de Vrede van Basel beëindigde Pruisen voorlopig zijn deelneming aan de oorlog tegen de Fransen.