Robespierre en de golf van terreur der jacobijnen

Het verloop van de Franse Revolutie zou men kunnen voorstellen als een kromme, met als beginpunt de Bourbon-dynastie en aan het eind het keizerrijk van Napoleon. Het hoogste punt van de kromme is de dictatuur van Robespierre.  Het begon met de onherroepelijke overwinning van het volk op de monarchie en de feodale heersers.    Er kwam een bourgeoisconstitutie, waarvan de opstellers hun macht nog wilden delen met de aanhangers van het ancien regime en waarin nog geen sprake was van gelijke rechten voor alle burgers. Toen de economische crisis bleef voortduren, kwamen de hongerenden, de armen en de rechtelozen in opstand tegen wat zij zagen als contrarevolutionaire intriges. De revolutie bereikte haar hoogtepunt in een tegen de Kerk en de monarchie gerichte aanval van massahysterie.

De monarchie wist het kleine beetje terrein dat haar overbleef slechts kort te behouden. Toen de Habsburgs en Hohenzollerns zich verenigden om samen de revolutie te bestrijden, kregen de radicale democraten in Frankrijk de overhand. Gesteund door een meerderheid van de Nationale Assemblée, riepen zij op tot een kruistocht tegen de Europese monarchen. De eerste rampzalige berichten over de nederlagen van de revolutionaire legers ontketenden een tweede revolutie waarin niet alleen de monarchie maar ook de aanstichters van de eerste revolutie het slachtoffer werden van een totalitaire democratie.

In januari 1793, na de executie van de koning en de koningin, achtten de jacobijnen de tijd rijp om in te grijpen. Zij dwongen de natie met geweld tot eenheid om de dreiging van buitenaf te weerstaan, en zij hadden succes. De jacobijnen vaardigden een nieuwe constitutie uit, die ter ratificatie aan het volk werd voorgelegd. Van de zeven miljoen stemgerechtigden maakten echter maar twee miljoen van hun recht gebruik; ook in Parijs kwam minder dan een derde opdagen. Niettemin ging de uitvoerende macht bestaande uit het Parijse Comité du Salut Public – dat nominaal verantwoording verschuldigd was aan de Nationale Conventie voort met de gestelde taak, het uitschakelen van de binnenlandse en buitenlandse oppositie. Binnenslands werden dit de dagen van de guillotine: ‘De guillotine zou hier permanent in actie moeten blijven.

Vijf miljoen inwoners zijn voor Frankrijk ruim voldoende, verklaarde Guffroy, de uitgever van een der jacobijnse gazettes. Vanaf dat moment verloor de Franse Revolutie haar talrijke sympathisanten in het buitenland. Het totale aantal slachtoffers van deze fase van de revolutie is moeilijk te schatten – een voorzichtige raming komt voor 1792 op een totaal van 1700 zelfmoorden, meer dan 5000 ‘contrarevolutionairen’ die bij Nantes in de Loire werden verdronken, 2000 royalisten afgeslacht in Lyon en 900 in Toulon, en bijna 14 000 slachtoffers van de guillotine in Parijs en andere steden, die ‘in de zak moesten snuiten’. De tienduizenden die in de burgeroorlog werden vermoord zijn dan nog niet meegerekend. De revolutie vrat haar kinderen op. Zelfs extremisten begonnen zich zorgen te maken over de slachtingen. In de lente van 1794 belandde de revolutie in de fase van ‘totale democratie’, die dank zij de persoonlijkheid van Robespierre bijna drie maanden standhield. Het bloedbad werd in meer ‘ordelijke banen’ geleid. De terreur werd gelegaliseerd, ter bevordering van de algemene deugdzaamheid. Aan de persoonlijke integriteit van Robespierre valt niet te twijfelen, evenmin als aan zijn absolute fanatisme. Hij was vastbesloten met harde hand de heerschappij te vestigen van de ‘rede’, van de ‘algemene wil’ en het contrat social van Rousseau; de revolutionaire tribunaals verschenen overal, verklikkerij tierde welig en een simpele verdachtmaking kon iemand al het leven kosten.

Weldra werd de Terreur aangewend om een totale sociale omwenteling te bereiken. Ideeën die wij thans communistisch zouden noemen, deden hun intrede in het legislatieve overleg. De confiscatie van de kerkelijke bezittingen had genoeg geld opgeleverd om de oorlog te bekostigen. De boeren hadden hun grond in eigendom gekregen, maar verlangden nu dat het land van de vijanden van de republiek onder de armere boeren zou worden verdeeld. Dit vereiste steun van het gehele volk en bracht de gegoede burgerij in het geweer. Toen de vreemde legers eenmaal waren afgeslagen, struikelde Robespierre over zijn eigen politiek. Op 28 juli 1794 stierf Robespierre onder de guillotine.