Lazare Carnot de grondlegger van Grande Armée

Lazare Carnot (1753-1823) een genie-officier die in 1793-1794 de revolutionaire legers reorganiseerde bond hij de meest recente troepen en plaatste ze onder door hemzelf geselecteerde officieren en onderofficieren.

De democratisering was grondig doorgevoerd. In 1791 werden alle buitenlanders die in het oude Franse leger hadden gediend en niet naar hun land terugwilden genaturaliseerd; ook zij ontwikkelden zich tot willige instrumenten van de terreur en vormden hun eigen dievenbenden. Wanneer zij opdracht kregen belastingen te innen, verdween het geld veelal in eigen zak. Eind juli 1794, toen de Terreur met de val van Robespierre was geëindigd, werd ook in het leger de orde hersteld. Het revolutionaire gepeupel werd weer een professionele legermacht.

Bevordering zou voortaan geschieden op basis van talent en dienstjaren; de verkiezingen van officieren werden afgeschaft. ‘Carrière ouverte aux talents’ was zijn motto. Hij benoemde nieuwe legercommandanten; Napoleon dankte aan hem zijn commando over het leger in Italië. Vrijwilligers hadden niet meer het recht hun diensttijd na twaalf maanden te beëindigen en op desertie werd de doodstraf gesteld. Officieren moesten hun tent met hun manschappen delen en kregen dezelfde voedselrantsoenen.

Een nieuwe militaire academie, de Ecole de Mars, leidde 1800 zonen van sans-culottes op tot officieren. De school werd echter gesloten na de val van de jacobijnen. Carnot bleef na de executie van Robespierre op zijn post en stichtte in 1794 de École Polytechnique, voor de opleiding van artillerie en genie officieren. Negen jaar later ontstond de Ecole Spéciale Militaire, de huidige academie St. Cyr. Mettertijd scheidde Carnot het kaf van het koren totdat eminente commandanten overbleven als Marceau, Kléber, Moreau, Bernadotte en Ney – namen waarmee Europa spoedig zou kennismaken.

Carnot reorganiseerde de Franse wapen fabricage en voerde de produktie tot het uiterste op. Kleermakers en schoenmakers werktendag en nacht om het leger van uniformen en schoeisel te voorzien. Binnen enkele maanden herstelde Carnot de schade van jaren. Technische vernieuwingen waren er slechts op een enkel punt.

De gebroeders Chappe hadden in 1792 de optische telegrafie met behulp van grote spiegels uitgevonden. In 1794 werd de eerste optische telegraaflijn aangelegd tussen Parijs en Lille, bestaande uit 22 stations die 60 signalen per minuut konden zenden. In de volgende jaren werd het netwerk uitgebreid over heel Frankrijk, maar het systeem begon pas echt te functioneren tijdens de campagnes van Napoleon. De met touwen aan de grond verankerde hete-luchtballon bewees goede diensten in de slagen van Maubeuge en Charleroi, maar raakte door het hoge tempo van de Napoleontische oorlogvoering weer in onbruik.

In 1797 verzette Carnot zich tegen een staatsgreep van links en moest naar het buitenland vluchten. Later vroeg Napoleon hem terug te komen, aangezien hij een bekwame minister van Oorlog nodig had, maar Carnot weigerde tot na de rampzalige Slag bij Leipzig in 1813; toen, omdat het land hem nodig had, kwam hij terug. Een van de gevolgen van de militaire revolutie was een algehele reorganisatie. De enorme omvang van het leger sinds de invoering van de conscriptie maakte een nieuwe organisatiestructuur noodzakelijk, met minder complexe en mobielere gevechtseenheden.