Landelijke hervormingen binnen Frankrijk

Het land werd verdeeld in 83 departementen, die qua omvang en bevolking ongeveer gelijk waren, met 574 subdistricten en 4730 kantons. De afgevaardigden werden gekozen door de stemgerechtigden, dwz. de bourgeoisie, die ook de Nationale Garde zou bemannen. Deze tot de bourgeoisie beperkte rekrutering wierp nieuwe brandstof op het revolutionaire vuur, omdat het klassenonderscheid tussen de bezitters en bezitlozen erdoor werd benadrukt.   Naarmate de revolutie linkser werd protesteerden de radicalen steeds luider tegen de Nationale Garde; via algemeen stemrecht en bewapening van alle burgers zou het volk de macht moeten overnemen.

Als legermacht stelde de Nationale Garde voorlopig niet veel voor en in de Nationale Conventie werd bezorgdheid geuit over de militaire veiligheid van Frankrijk. Daarom werden 100 000 leden van de Nationale Garde geformeerd tot vrijwilligers bataljons en samengevoegd met de resten van het oude leger. De aanmelding van vrijwilligers viel echter tegen, terwijl de oude soldaten zich ergerden aan de privileges die de gardisten genoten. In deze verwarde situatie verklaarde Frankrijk op 20 april 1792 de oorlog aan Oostenrijk. De patriotten meenden dat dit het revolutionaire elan zou aanwakkeren en de aandacht zou afleiden van de binnenlandse problemen. Terwijl Frankrijk totaal niet voorbereid was op de oorlog. sloot Pruisen zich aan bij Oostenrijk.

Van de beoogde drie Franse legers kon men slechts 10 000 man mobiliseren. De Marseillaise was een meeslepend lied, maar dat was niet genoeg om een geoefend leger te vervangen. Lafayette kreeg een legercommando en generaal Rochambeau trok op naar de Oostenrijkse Nederlanden om een hoofdlinie te vormen tussen Brussel en Namen; daar werd hem door 40 000 Oostenrijkers een zware nederlaag toegebracht. Paniek brak uit onder de revolutionaire troepen, die terugtrokken naar Lille. Officieren die de vluchtelingen wilden tegenhouden werden gedood.

Enige huzaren eskadrons liepen met hun commandanten over naar de vijand, waarbij ook kleine contingenten van Franse emigrés meevochten. Oostenrijk en Pruisen planden nu een rechtstreekse opmars naar Parijs.