De Franse revolutie

De Franse revolutie, de Reformatie had God van zijn hoge voetstuk gestoten en gedegradeerd tot een object van openbare discussies en burgertwisten. Het was bijna onvermijdelijk dat ook de wereldlijke machten, die hun gezag baseerden op een goddelijk recht, en met name de monarchie, uiteindelijk een zelfde kritisch onderzoek zouden ondergaan. Met andere woorden, als er geen God was, wat moest men dan met een koning? De Franse revolutie ontketende krachten die de geschiedenis van Frankrijk voor altijd zou veranderen.

Oorzaken van de Franse revolutie

John Locke was niet de eerste die deze vraag opwierp, maar met zijn twee Treatises on Government (Verhandelingen over het staatsbestuur) wellicht de invloedrijkste voorman van de kritiek. Hij legde sterk de nadruk op de theorie van een contract; in feite waren zijn ideeën niet zo origineel – wat hij deed was de puriteinse theologie toepassen op wereldse verhoudingen. Volgens hem kwam en komt het individu vóór de samenleving, en is de menselijke waardigheid een natuurlijk gegeven, onafhankelijk van de samenleving. Daarom mag de menselijke waardigheid niet worden aangetast, maar moet deze te allen tijde worden gerespecteerd. Voordat hij gemeenschappen begon te vormen, leefde de mens in zijn natuurlijke staat, waarin hij volledige vrijheid genoot en de grond die hij bewerkte met niemand hoefde delen. Het gezin dat hij stichtte was zijn domein.

Hij was onderworpen aan slechts één wet: de Natuurlijke Wet. Dat de mensen zich later aaneensloten in samenlevingsverbanden maakt volgens Locke geen verschil, voor de geldigheid van deze Natuurlijke Wet of van de individuele rechten, die zij sinds onheuglijke tijden bezaten. De mensen hebben zich uit eigen, vrije wil in samenlevingen verenigd en dienen daarom zelf zo’n strikte controle uit te oefenen op het bestuur van de samenleving dat inbreuken op de natuurlijke rechten van de mens niet meer mogelijk zijn. Een staatsbestuur dat deze rechten schendt, is bezig een tirannie te worden. Opstand tegen tirannen is daarom niet alleen een recht, maar een plicht voor alle onderdanen.

Deze ideeën maakten deel uit van de intellectuele basis van de Amerikaanse Revolutie en, samen met de denkbeelden die de Verlichting in Europa had voortgebracht, vormden ze mede de grondslag voor de Franse Revolutie. Die Franse revolutie was meer dan louter een verandering van staatsvorm; ze vernietigde het koninklijk absolutisme en stelde daarvoor in de plaats een bourgeois-republiek. De Franse Revolutie was een uitvloeisel van economische veranderingen die de hogere bourgeoisie van de steden materiële welvaart en culturele invloed hadden bezorgd, en als gevolg daarvan meer politieke rechten. De voedingsbodem was een financiële crisis waarin Frankrijk sinds lange tijd steeds dieper wegzonk, maar een directe aanleiding was een algemene hongersnood. De graantekorten veroorzaakten een felle onrust bij de laagste sociale klassen, terwijl de gigantische nationale schuld de bevolking de kans gaf politieke concessies af te dwingen. De fatale fout die de Franse monarchie maakte was, dat men bij de hervorming van de staat verzuimde de steun in te roepen van de met gelijke politieke rechten beklede bourgeoisie, de tiers état of derde stand. Dit leidde ertoe dat het ancienrégime, de absolutistische feodale staat met zijn scherpe scheiding tussen de standen, die elk hun eigen privileges hadden, bezweek onder de aanvallen van zijn onderdanen.

Zo ontstond de constitutionele monarchie. Met de Verklaring van de Rechten van de Mens op 26 augustus 1789 werden beginselen vastgelegd, waaruit de conclusie volgde dat de staat de verantwoordelijkheid was van zijn burgers; de bourgeoisie kon niet meer zomaar voor andere doeleinden worden gebruikt. In werkelijkheid echter was de revolutionaire staat, voorlopig, het domein van de rijke bourgeoisie, die als enige stemrecht had.

In de loop van de Franse revolutie ontwikkelde zich een soort klassenstrijd, waarbij de lagere standen gelijke rechten opeisten. Voor velen vormt deze periode een klassiek voorbeeld van de krachtenstructuur van een revolutie: de sociale samenstelling, de drijfveren, de ideologie, psychologie en organisatie. Het is een voorbeeld van de escalatie van krachten: hoe een radicale rninderheid, profiterend van algemene onvrede, een politieke explosie teweeg kan brengen. Zich bewust van de noodzaak van een massale aanhang, legden de leiders veel nadruk op de beïnvloeding van de publieke opinie.  De Comités van Correspondentie van Samuel Adams wilde men overtroeven door comités die schier utopische doelstellingen for- Straatgevecht in in april 1789. Maar in tot Amerika leidden deze Onder. Revolutionairplakkaat met het motto Vrijheid, Gelijkheid, mités tot partijvorming.