Het ancien regime valt, de nieuwe leiders van de Franse revolutie; Danton, Robespierre en Marat

Na de val van de Bastille stichtten de Broederschap intellectuele leiders Robespierre, Danton en Marat de ‘Sociëteit van Vrienden van de Constitutie’, die met een netwerk van plaatselijke afdelingen geheel Frankrijk bestreek. De kern werd gevormd door de rijke bourgeoisie, hoewel ook ambachtslieden, kleine kooplui en winkeliers konden toetreden.

Onder het leiderschap van Robespierre, Danton en Marat werd de Club der Jacobijnen het centrum van de republikeinse agitatie, die via een opgelegde ‘democratie’ onvermijdelijk uitliep op de Terreur. De hele Franse bevolking werd politiek bewust gemaakt en toen Frankrijk in de loop van de revolutie in oorlog raakte, had dit ook op militair gebied vergaande consequenties; de nationale noodsituatie deed een nationaal massaleger, een nieuw type soldaat – de gewapende burger – en een nieuwe officiersklasse ontstaan.

Het eerste Europese massaleger bracht fundamentele veranderingen in de wijze van oorlogvoeren en de beginselen van het leiderschap, alsmede in de bevoorrading van de legers. Terwijl de absolute monarchie het staande leger had gebruikt om via militaire

conflicten haar macht te vergroten, pasten de leiders van de Franse Revolutie geweld toe om hun ideeën en idealen aan anderen op te leggen. Ideeën, zendingsijver en propaganda werden daardoor even bepalend voor het verloop van de oorlog als nieuwe wapens en colonnetactieken of het rekwisitiestelsel en de vernietigingsstrategie.

De operaties bestreken grote gebieden, hetgeen een gestructureerde legermacht vereiste. De strenge tucht die karakteristiek was voor het tijdperk van het absolutisme maakte plaats voor de uitbarstingen van revolutionair elan, met de bijbehorende psychologische inwerking op de fanatieke neigingen van de massa. De partizaan, of de guerrillastrijder, werd van nu af aan een van de sleutelfiguren in de militaire historie.

Zoals wij al eerder hebben geconstateerd, werd ook hier het nationalisme een van de grote krachtbronnen. De revolutionairen brachten op hun natie het geloof over, dat hun principes en levenswijze model zouden staan voor de rest van de mensheid. Het idealistische universalisme van de intellectuele stromingen van de Franse Revolutie werd zo omgezet in een zelfverheerlijkend nationalisme. Zodra de republiek in Frankrijk was gevestigd, wijdde men zich aan vergroting van het grondgebied om de revolutie een bredere basis te geven.