De Bonapartes waren van lage sociale adel

Het was een voortdurend komen en gaan op Corsica. Voor de meer ambitieuze inwoners van de kunststeden bestond de tijdloze bestendigheid van het binnenland niet. De Napoleon Bonapartes waren oorspronkelijk afkomstig uit de lagere Toscaanse adel van zestiende eeuw. In Ajaccio van zij van vader op zoon jurist geworden. Zonder overigens afstand te doen van hun aanspraken op de adelstand, op de grond van zestien kwartieren (adellijke voorouders enzovoorts).

Zij voeren een bescheiden praktijk en waren net welgesteld genoeg om hun eigen huis en tuin te bezitten en er personeel op na te houden. Carlo Mario da Buonaparte, zoals hij zichzelf noemde, trouwde met veertienjarige Letizia, ook van verre adellijke Italiaanse komaf, maar uit een familie die door talloze onderlinge huwelijken was verbonden met de landjonkers uit het woeste binnenland. Zij schonk hem acht kinderen die in leven bleven, van wie Napolion of Nabulion, zoals hij werd ingeschreven, de tweede was. De naam waarmee uiteindelijk een heel tijdperk aangeduid zou worden, had geen bijzondere betekenis. De vader hield zich braaf aan de familietraditie en koos de naam die zijn overgrootvader aan zijn tweede zoon had gegeven.

Napoleon Bonaparte gebruikte zijn voornaam nauwelijks. Uit een analyse van zijn handtekeningen, waarvan er duizenden bewaard zijn, blijkt dat hij altijd tekende met Buonaparte en later met Napoleon Bonaparte. Dit was de naam waaronder zijn vrienden en zelfs zijn eerste vrouw, Josephine, hem kenden en aanspraken. Zowel formeel als in informele sfeer. Toen hij keizer werd, aanvaardde hij met tegenzin de naam Napoleon, om redenen van protocol, en zo noemde ook zijn tweede vrouw hem. Maar hij ondertekende zelden met de naam Napoleon voluit, krabbelde eenvoudigweg tussen “NAP” of “NP” en soms vergat hij zijn nieuwe rang en tekende met Napoleon Bonaparte. Er zijn meer boeken over Napoleon Bonaparte geschreven dan over enig ander individu, met Jezus Christus als enige uitzondering. Ze verschijnen met korte tussenpozen, vooral in het Engels en het Frans, maar ook in een heleboel andere talen, en zij worden gelezen: uitgevers gaan ervan uit dat een boek over Napoleon alleen al door zijn onderwerp grotere kansen heeft op de markt dan enig andere biografie.

Bijna al die boeken zoeken de oorsprong van Napoleon Bonapartes brandende ambities in zijn familie of genetische afkomst. Zij zijn het er nagenoeg allemaal over eens dat hij de hardheid van zijn karakter van zijn moeder heeft, niet van zijn vader, een kennelijk nogal onbeduidende figuur die jong is gestorven. Madam Mère was uit harder hout gesneden. Sommige biografen zien zijn oorlogzuchtige aard dan ook als iets dat hij ontleed moet hebben aan zijn woeste Corsicaanse voorouders met hun verering van de ijzeren wet van de weerwraak, de vendetta. Merkwaardig genoeg was wraak de enige vorm van geweldadigheid waarin Napoleon Bonaparte juist niet uitblonk; hij kon voor zijn doen ongewoon, zij het onvoorspelbaar, vergevensgezind zijn ten aanzien van beledigingen – niet altijd zelfs niet gewoonlijk maar vaak genoeg om te verassen. Afgezien van zijn lectuur van Boswells boek, waaruit hij lessen trok die niets met het eiland te maken hadden toonde hij geen enkele belangstelling voor zijn geboortegrond toen hij er eenmaal weg was.

Hij bezocht hem nooit. Deze speelde nooit enige rol in zijn geopolitieke berekeningen. Aan de andere kant gaf hij ook nooit blijk van enige schaamte over zijn afkomst. Hij bande de kwestie eenvoudig uit zijn gedachten als iets wat van geen belang was in zijn ambitiehuishouding. De alternatieve theorie die biografen aanvoeren wil dat Napoleon Bonaparte de reincarnatie is van de condottiero uit de tijd van Toscaanse voorouders, van de soldaat die zijn zwaard verhuurde aan wie er maar betalen wilde en die een dynastie vestigde op zijn oorlogsbuit.